Goeroes en sektes

 

“God geeft de mens waarheid. De duivel maakt er een organisatie omheen.”

 

Een aantal jaren geleden nam ik ontslag van mijn werk als informaticus in een ziekenhuis. Ik kreeg een afscheidsfeestje aangeboden en iedereen wenste me veel succes met mijn verdere carrière. Mijn baas beschouwde zich nooit als een beter mens dan zijn ondergeschikten, hij zag zichzelf als iemand die gewoon ander werk deed dat meer organisatorisch van aard was; hij beschouwde zich dus letterlijk als een medewerker. Zo hoort het. Dit is de moderne beschaafde wereld.

Mensen die een spirituele organisatie verlaten, zoals een sekte, vergaat het anders.

 

 

Ze krijgen geen afscheidsfeestje, krijgen niet te horen: ‘Succes met je verdere bewustzijnsontwikkeling.’ En hún baas, hun goeroe, beschouwt zichzelf al helemaal niet als gelijke. Integendeel, hij ziet zichzelf als iemand die verder is in zijn bewustzijnsontwikkeling en het daardoor weet, het dus ook beter weet dan de mensen in zijn omgeving.

 

Zodra het om spiritualiteit gaat, zijn normen en waarden die in de beschaafde wereld gelden, niet meer vanzelfsprekend. Er zijn geen CAO's of ondernemingsraden. In een van de grootste spirituele organisatie die we kennen, de katholieke kerk, worden mannen en vrouwen zelfs als fundamenteel ongelijkwaardig beschouwd en behandeld.

Terwijl in het reguliere bedrijfsleven op managementgebied allerlei interessante experimenten plaatsvinden en organisaties steeds platter en minder hiërarchisch worden, blijven spirituele organisaties ouderwets hiërarchisch functioneren. De spirituele evolutie die in het reguliere bedrijfsleven plaatsvindt, wordt niet opgepikt door spirituele instellingen. In een moderne organisatie worden eigen ideeën en originaliteit aangemoedigd, in een spirituele daarentegen worden ze gezien als een afwijking van het pad.

In de woorden van een Nederlandse bisschop enige tijd geleden op televisie: “Mensen moeten gaan stoppen met zelf nadenken, en weer gaan luisteren. Ik weet het nu eenmaal beter dan de gelovige en de paus weet het nog weer beter.”

 

Wij komen in onze praktijk regelmatig mensen tegen die negatieve ervaringen hebben opgedaan met spirituele organisaties. Machtsmisbruik en erger lijken eerder de norm te zijn dan uitzondering. Tik bij Google de naam van een bekende spirituele leraar in en vervolgens het woord ‘abuse’, en het resultaat is vaak een enorme hoeveelheid hits. Het lijkt wel of spiritueel leraar zijn niet goed kan samengaan met normaal menselijk gedrag. 

 

Hoe ontstaat zoiets?

 

Goeroe-psychologie

Het begint vaak zo. Iemand is in de “normale” maatschappij enigszins mislukt en heeft moeite aansluiting te vinden; daardoor voelt hij zich buitengesloten en minderwaardig. Er kan dan een moment in zijn leven komen waarop hij meent spirituele inzichten te ontvangen langs intuïtieve of paranormale weg. Doordat hij naar eigen zeggen nu in het bezit is van belangrijke kosmische informatie, krijgt hij (ik zeg steeds hij, maar het kan natuurlijk ook een zij zijn*), het gevoel bijzonder te zijn. Door deze kosmische  informatie krijgt hij een sterk gevoel van eigenwaarde, waar hij na zijn gevoelens van minderwaardigheid  afhankelijk van wordt; daardoor is hij niet meer in staat dergelijke informatie kritisch te bezien. De informatie werkt verslavend, zoals alcohol dat kan doen: het geeft je een goed gevoel, maar bij afhankelijkheid berooft het je van zelfreflectie en kritische zin.

Kortom, die persoon begint zijn gevoel van eigenwaarde te ontlenen aan de spirituele en paranormale boodschappen. Als die doorkomen, kan hij ze niet meer kritisch bekijken. En uiteraard zijn er in de ons omringende astrale wereld genoeg energieën die hem willen “voeden”. 

In de loop van dit proces vindt er geleidelijk een innerlijke verschuiving plaats: 'Ik moet toch wel bijzonder zijn, want ik krijg belangrijke spirituele inzichten door,' verandert in: 'Omdat ik heel bijzonder ben, krijg ik ze door.' Deze persoon gaat het heel vanzelfsprekend vinden dat hij en niet iemand anders is uitgekozen om waarheden te ontvangen en door te geven. Zo ontstaat een toestand van permanent zelfbedrog. In de trant van: “Omdat ik heel bijzonder ben, zijn de boodschappen die ik doorkrijg dat ook,  en ze zijn zonder meer altijd waar”. Iedere vorm van zelfkritiek is verdwenen. De goeroe in spé voelt zich verheven boven zijn medemensen; zij dienen voor hun eigen bestwil naar hem te luisteren en hem te volgen. Hij kent immers de waarheid, zijn medemensen zijn dwalende. Als ze niet naar hem luisteren, zijn ze verkeerd bezig, zijn ze slecht. De houding naar anderen is: ‘ik ben hier (boven) en jullie zijn daar (beneden).’ Het inzicht dat hij zelf een mens is, die met vallen en opstaan moet groeien en leren, is ver weg. De goeroe is geboren.

Sektepsychologie

 

Dan krijgt hij volgelingen. Vaak zijn dat mensen die de oplossingen van hun angsten, twijfels en onzekerheden buiten zichzelf zoeken. Door de zelfverzekerde manier waarop de goeroe zonder spoor van twijfel zijn ideeën uitdraagt, krijgen ze de indruk dat deze wel heel bijzonder moet zijn. Ze raken ervan overtuigd dat ze voor de oplossing van  hun problemen bij hem moeten zijn. Dat hij alle angst en twijfel bij hen kan wegnemen. Ze beseffen niet dat ze zo hun vrijheid en een groot deel van hun menselijke waardigheid uit handen geven.

De goeroe denkt dat hij verder is dan zijn leerlingen; dezen bevestigen dit valse zelfbeeld door hem als meester te zien en als zodanig te benaderen. Hij beschouwt zich als een beter mens, als wijzer, verlichter, verder ontwikkeld. De leerlingen bevestigen dit  zelfbedrog door naar hem te luisteren als naar iemand die verder is: hij weet het immers beter, en ziet wat goed voor hen is. Veel beter dan ze dat zelf zien, kunnen zien. Ze moeten zijn opdrachten onvoorwaardelijk uitvoeren, dat is het beste voor hen. Dit achterwege laten is niets minder dan afwijken van het rechte pad. Een eigen mening hebben, kan tot dwalingen leiden en is dus gevaarlijk.

De situatie groeit geleidelijk steeds schever. Leerlingen gaan echt geloven dat afwijkend denken en doen slecht voor hen is, en versterken zo het ego van de leraar. 

In de sekte ontstaat langzamerhand een dualistisch wereldbeeld: de sekte is goed, de buitenwereld is slecht. Als een goeroe moet kiezen tussen ‘er is iets mis met mij en mijn boodschap’ of ‘de mensheid is slecht omdat ze niet naar mij luistert,’ dan kiest hij voor het laatste. Dit wordt dan ook vaak zijn centrale openbaring naar de sekteleden toe: ‘De mensheid is slecht, de ondergang is nabij, maar ik ben jullie redding.’

Om het belang van de sekte te benadrukken, verkondigt de goeroe dat de buitenwereld in de greep is van kwaadaardige complotten, vaak gericht tegen de sekte. Om die reden zijn volgelingen die de sekte verlaten natuurlijk slecht: ze kiezen immers voor het kwade; ze verlaten het licht en zullen wegzakken in de duisternis. Allerlei onheil zal hun overkomen.

De leraar zinkt dan steeds verder weg in zijn eigen waanideeën. Zijn ego wordt steeds groter. Hij beschouwt zichzelf als heilig, kritiek op hem is dus niet minder dan blasfemie. Steeds meer verliest hij het contact met de werkelijkheid. Hij gedraagt zich steeds excentrieker en trekt zijn volgelingen in zijn gedrag mee. Hij tolereert alleen maar volgelingen die hem blindelings volgen en volledig bevestigen in zijn rol als alwetende leider. Ieder kritisch geluid wordt gezien als een teken van dwaling. Na verloop van tijd is hij enkel nog omringd door ja-knikkers die bij hem in het gevlei willen komen. Hierdoor loopt er steeds meer fout en gaat de sekte als organisatie steeds slechter functioneren. Omdat de goeroe niet in staat is tot zelfkritiek zoekt hij de oorzaak van problemen steeds bij anderen. Die luisteren in zijn ogen niet goed naar hem en begrijpen zijn instructies niet. En doordat er steeds meer fout gaat, wordt hij bevestigd in zijn overtuiging dat de mensen in zijn omgeving minderwaardig zijn en zijn aanwezigheid eigenlijk niet verdienen.

De sekteleden veranderen zo in angstige mensen met een zwak zelfbeeld. Ze durven op een gegeven moment niet meer zelf te denken, absorberen nog slechts de denkbeelden van de goeroe.  En de goeroe? Die wordt steeds meer paranoïde met als gevolg  dat de sekte als geheel  wegdrijft richting waanzin. In het extreme geval, leert de geschiedenis, pleegt een sekte zelfs collectief zelfmoord. Van spiritualiteit is geen sprake meer, die was er eigenlijk vanaf het begin al niet.

Gelukkig zijn er uitzonderingen. Over de hele wereld zijn mensen bezig om hun kennis op een positieve manier uit te dragen, om hun omgeving te verlichten. Natuurlijk hebben ze ook hun problemen, maar het verschil met bovenstaande goeroes is dat ze die eerlijk onder ogen zien. Een ware goeroe zal er altijd op wijzen dat de goeroe in het innerlijk van ieder mens te vinden is. Hij zal nooit zeggen dat hij als deze persoon de goeroe voor anderen is. Hij presenteert zich als wegbereider van de ene werkelijke goeroe: die bevindt zich in het binnenste van elk mens; daar zal hij op wijzen.

Hoe vind je deze mensen, hoe herken je spirituele leraren die integer zijn? Hieronder geef ik een aantal kernmerken van goede leraren.

 Hoe het wel kan.

 

Een goede leraar maakt vrij

 

Iedere goede leraar weet dat zijn leer niet het eindpunt is. Hij maakt zelf een ontwikkeling door, en weet dat zijn bewustzijn verder zal groeien. Hij weet niet welke wegen hij in de toekomst zal bewandelen, wat het universum hem zal schenken, hoe zijn bewustzijn verder zal groeien.

 

Hij weet ook dat anderen in een eigen ontwikkelingsproces zitten en heeft daar respect voor. Hij beseft namelijk dat hij het proces van een ander nooit volledig kan begrijpen en doorzien.

 

Hij reikt zijn kennis dan ook altijd aan om een ander verder te helpen. Een goede leer is dus nooit een eindpunt, een waarheid die voor eeuwig vast ligt, maar een duwtje in de rug. Iets dat je helpt om weer in beweging te komen, om weer te gaan vertrouwen op de natuurlijke stroom van het leven, om nieuwe paden in te slaan.

 

Een goede leraar weet dat ieder levend wezen een uniek deel is van de kosmos en daarin zijn eigen weg heeft te gaan. Geen mens weet wat de weg en de plaats van een ander in het universum is. Hij zal dan ook nooit zijn eigen weg en visie aan de ander opdringen, en nooit zeggen: dit moet je doen, dit is jouw weg. Hij geeft juist vrijheid door te wijzen op de eigen mogelijkheden, het eigen goddelijk potentieel.

 

Voor de leerling is de leer van een leraar altijd slechts vertrekpunt. Iets dat hem helpt bij het zetten van een volgende stap, om daarna zelfstandig verder te gaan. 

 

Het bewustzijn wil altijd groeien, er is altijd een volgende stap. Er zullen altijd nieuwe ideeën, nieuwe ervaringen zijn. De uiteindelijke waarheid is niet in taal te vatten.

 

Ideeën die eens verlichting en vooruitgang brachten, zullen eens verouderd raken en de vooruitgang, de evolutie van het bewustzijn belemmeren. Dan is het tijd om ze los te laten.

 

Op het moment dat mensen zeggen “Deze leer, dit boek, is de absolute waarheid, nu weten we hoe het werkt.” zetten ze hun vooruitgang stil. Ze raken dan steeds meer achter bij mensen die hun innerlijke stroom wèl volgen.

 

Dit is wat we in onze samenleving zien gebeuren. Waar normale organisaties zich verder ontwikkelen, met nieuwe ideeën komen, nieuwe samenwerkingsvormen ontwikkelen, steeds meer aandacht krijgen voor de ontplooiing en het geluk van de individuele werknemer, daar zijn veel spirituele organisaties vaak stil blijven staan.

 

Een goede leraar weet dat de waarheid overal te vinden is

 

De waarheid is overal te vinden, want alles komt voort uit de waarheid. Ze is te vinden in een zandkorrel, in een bloem, in de sterren boven ons, in de glimlach van een kind, in ons hart. En naar die waarheid zijn oneindig veel wegen. Als we meegaan met de stroom komen we vanzelf bij de waarheid die we zoeken. Daar hoeven we niets voor te doen. Uit iedere vraag ontstaat een energetische stroom, een stroom die ons vanzelf bij het antwoord brengt.

 

Een goede leraar weet dit. Hij zal ons dan ook alleen maar aanmoedigen om te vertrouwen op die stroom, om mee te gaan met die stroom. Want hij weet dat die stroom ons naar het antwoord voert dat we zoeken. Hij zal nooit die stroom blokkeren met zijn eigen leer, zijn eigen opvattingen. 

 

Hij maakt zijn eigen rol zo klein mogelijk. Hij weet: hoe meer ik doe, des te groter de kans dat ik de stroom verstoor.

 

Ieder mens heeft zijn eigen unieke band met de waarheid; die vindt hij in de stem van zijn hart, zijn geweten, zijn intuïtie. Een goede leraar respecteert dit. Hij zal daarom nooit claimen de waarheid in pacht te hebben, hij zal juist de innerlijke band versterken en voeden die een ‘leerling’ met de kosmos heeft.

 

Een goede leraar is blij als zijn leerlingen hem overtreffen

 

De evolutie van de mensheid op Aarde verloopt ongeveer als volgt. Door de eeuwen heen zorgden allerlei oprecht spirituele mensen en vele andere niet-menselijke wezens voor een geleidelijke groei van het bewustzijn op Aarde. Hierdoor is de sfeer op Aarde steeds fijner geworden. De stap van het zielenrijk naar het Aardse rijk wordt steeds kleiner. Nieuwe generaties weten steeds beter hoe om te gaan met de vloeiende, speelse energie van het zielenrijk. 

 

Kijk maar naar de spontane en vrolijke, maar o zo gevoelige kinderen van de nieuwe generatie, de nieuwetijdskinderen. Ze zijn verder dan wij, staan met hun bewustzijn dichter bij de bron. Hun energie is vloeiender, ze zitten minder vast in morele en dogmatische overtuigingen die hun oorsprong vinden in het verleden.

 

Op precies dezelfde manier hebben wij een beter contact met ons zielenbewustzijn dan de generaties voor ons. 

 

De leraren voor ons, mensen die wij terecht bewonderen, begonnen hun werk toen de sfeer op Aarde veel zwaarder en grover was dan nu. Daarom staan wij op een bepaalde manier dichter bij onze innerlijke kern dan zij deden. Dat hebben wij aan hen te danken, maar het betekent tegelijkertijd dat wij hun ideeën moeten relativeren, plaatsen in de tijd en cultuur van toen. 

 

Iedereen absorbeert als kind de energieën van zijn tijd, dit geldt ook voor een leraar. We vinden dat altijd terug in zijn werk. Daarom moeten we alles wat vanuit het verleden tot ons komt relativeren, plaatsen tegen de achtergrond van de betreffende tijd en cultuur. 

 

Het menselijk bewustzijn groeit altijd, de ‘waarheid’ van gisteren is niet per se de waarheid van vandaag. 

 

Een echte leraar weet dit. Hij verheugt zich over verdere groei, en is blij als zijn leerlingen zich verder ontwikkelen en zijn zaad tot bloei brengen.

 

Een goede leraar erkent zijn eigen proces

 

Hier op Aarde maken we allemaal een ontwikkeling door, we hebben het eindpunt nooit bereikt. Er is altijd verdere groei mogelijk. We hebben allemaal onze moeilijke perioden, onze problemen. Onze momenten van angst, wanhoop en vertwijfeling. Er is niemand die daar boven staat. 

 

Misschien herinner je je nog van school dat er twee soorten leraren waren. Er waren leraren die voor het bord stonden en het eerlijk toegaven als ze iets niet wisten: dat waren de beste. Er waren er ook die hun onwetendheid verborgen probeerden te houden: dat waren de mindere. In de klas voelde je zoiets onmiddellijk.

 

Hetzelfde geldt ook voor spirituele leraren. Echte leraren erkennen eerlijk hun problemen, hun zwakheden, hun angsten en onzekerheden. Een leraar die dat niet doet, die zich boven zijn leerlingen plaatst met een air van ‘ik ben daar waar jullie nog lang niet zijn,’ heeft een ego probleem. Hij ontleent zijn identiteit aan zijn goeroeschap. Achter die houding zit angst: hij is bang dat zijn leerlingen hem zullen laten vallen als ze zijn zwakheden zien.

 

Een goede leraar relativeert zijn leer

 

De waarheid draagt een bepaalde kracht in zich; op het moment dat mensen de waarheid horen, gaat er innerlijk iets in hen mee-resoneren.

 

Wat is de waarheid? Wat is een ware gedachte of een waar idee? Dat is een gedachte of  idee die een mens helpt om in harmonie te komen met zichzelf en de omringende wereld. De waarheid is helend, bevrijdend. Ze raakt iets in jezelf, veroorzaakt beroering,  opwinding en enthousiasme. Je merkt  het ook aan iemand: de waarheid straalt dan uit iemands ogen; en je hoort het aan zijn stem.

 

Wat het universum, het al, in diepste wezen is, blijft onzegbaar.  Het laat zich niet in woorden vangen, overstijgt ons denken.

 

Een goede leraar weet dit. Hij weet dat de meest verheven en zuivere woorden uiteindelijk niet meer zijn dan een stapje in de richting van de waarheid. Hij zal daarom altijd bescheiden blijven, zijn eigen woorden relativeren. Hij weet dat eens op Aarde de energieën hoger en verfijnder zullen zijn dan nu, en dat op Aarde dan een taal gesproken zal worden die de waarheid meer benadert dan de huidige.

 

Een goede leraar werkt niet met angst, maar met liefde

 

Er zijn heel veel geloven en leraren die met angst werken: “Luister naar mij, anders loopt het fout; volg deze regels, anders kom je in de hel.” We kennen ze allemaal. Achter een dergelijke leer zit angst. 

 

Een goeroe die met angst werkt, is bang dat hij zijn volgelingen zal verliezen, bang dat hij zonder volgelingen komt te zitten en daardoor geen bestaansrecht meer heeft.

 

Iemand met minderwaardigheidsgevoelens ontleent vaak zijn identiteit aan zijn geloof.

Als een ander dit geloof  niet deelt, zal hij dat als een bedreiging voor zijn identiteit ervaren. Zo’n ander moet dus wel slecht zijn en gestraft worden.

 

Angst is hèt kenmerk van een leer die niet zuiver is. 

 

De waarheid is gebaseerd op liefde. Een zuivere leer draagt die liefde uit, tegelijk met respect voor anderen en het leven.

 

Ieder levend wezen is een uniek deel van de kosmos. Er is een plaats voor iedereen. Wat je ook gelooft, wie je ook bent, wat je ook doet, er is geen oordeel, er is alleen maar onvoorwaardelijke liefde. Een goede leraar weet dit. Hij zal andersdenkenden altijd met respect en liefde behandelen, hij zal niet oordelen en veroordelen.

 

Hij zal nooit angst gebruiken om zijn leerlingen over te halen tot een bepaald standpunt. Iedere leer die op angst gebaseerd is, zal uiteindelijk verdwijnen.

 

Tot slot: een goede leraar weet dat hij ook leerling is

 

We zijn allemaal op weg. Zolang we niet alles zijn, zolang we niet de ene zijn, zijn we op weg, zijn we aan het leren en groeien. 

 

Wij hebben ervaringen gehad, inzichten verworven die anderen nog moeten verwerven. En sommigen zijn verder dan wij in hun ontwikkeling. 

 

Besef dat het leren van dingen, het werkelijk doorleven ervan  tijd kost. Wees daarom nooit ongeduldig, niet met jezelf en niet met anderen. 

 

Een goede leraar is iemand die zich bewust is van zijn dwaasheden en blunders, van zijn menselijke zwakheden. Hij zal deze accepteren en niet veroordelen. En neemt hij ze bij zijn leerlingen waar, dan zal hij ze zeker accepteren en niet veroordelen. Hij weet immers dat hij zelf ook leerling is.

 

© Gerrit Gielen

www.gerrit-gielen.net

 

Mensen die iets willen lezen over een vrouwelijke goeroe kan ik dit boek aanraden: Prophet's Daughter: My Life With Elizabeth Clare Prophet Inside The Church Universal And Triumphant (ISBN-13: 978-1599219721, auteur Erin Prophet).