Waarom voelen we ons zo alleen?

 

We dragen ons hele leven een diep heimwee met ons mee. Een verlangen dat zich op ontelbare manieren uitdrukt en steeds naar dezelfde bron verwijst. We denken dat we verlangen naar een geliefde, een kind, een vriend, een leraar of zelfs naar God. In werkelijkheid verlangen we echter naar onszelf en naar de heelheid die verloren leek te gaan op het moment dat we ons gingen ervaren als een afzonderlijk mens.

 

 

Vanaf het moment dat het bewustzijn zich volledig vereenzelvigt met één lichaam, één naam en één levensverhaal ontstaat de ervaring van afgescheidenheid.

 

Ineens verschijnt er een wereld vol anderen. Mensen die ons kunnen liefhebben, verlaten, afwijzen of omarmen… en vanaf dat ene moment begint de zoektocht. We verlangen continu naar iemand in wie we onze eigen heelheid opnieuw herkennen, zonder te beseffen dat we zoeken naar iets wat ons nooit werkelijk heeft verlaten.

 

En heel soms gebeurt er ineens iets wonderlijks, want in de aanwezigheid van een ander valt de ervaring van afgescheidenheid volledig weg. Alle grenzen lossen op en er blijft een diepe rust over, een soort vanzelfsprekend gevoel van thuiskomen. Voor één ogenblik verdwijnt de behoefte om iemand te zijn, iets te bereiken of ergens naartoe te gaan. Alles voelt heel en alles valt samen.

 

Daar ontstaat ook de grootste vergissing.

 

Want we geloven dat de ander ons dit gevoel heeft gegeven

 

We verbinden de ervaring van eenheid aan één mens en maken hem of haar tot de bron van ons geluk en zo ontstaat gehechtheid. We proberen dan vast te houden wat nooit in die ander heeft gezeten en zodra de ontmoeting eindigt of de ander zich terugtrekt, keert de oude eenzaamheid terug. De ervaring van afgescheidenheid sluit zich opnieuw om ons heen en de zoektocht begint weer van voren af aan.

 

Ons hele leven blijven we achter diezelfde ervaring aan lopen

We zoeken haar steeds opnieuw in nieuwe relaties, nieuwe ontmoetingen en nieuwe omstandigheden, terwijl de bron al die tijd onveranderd in ons aanwezig is geweest.

 

Dat is de grootste illusie die we onszelf steeds weer voorhouden. We creëren een wereld vol anderen, bouwen relaties op, vormen gezinnen, sluiten vriendschappen en zoeken God, terwijl steeds hetzelfde verlangen ons voortdrijft.

 

We proberen te ontsnappen aan de ervaring van afgescheidenheid en zo ontstaat het verhaal van ‘ik’ en ‘de ander’

Vervolgens raken we volledig gevangen in dat verhaal en vergeten we dat er nooit werkelijk een ander is geweest. We houden onszelf voortdurend bezig met de vormen, zodat we de leegte van de afgescheidenheid niet hoeven te voelen.

 

Eenzaamheid ontstaat op het moment dat het Ene zichzelf ervaart als een afzonderlijk mens, het gaat fantaseren en verlangen en vanuit die gedachten creëren we onze verhalen die ons vaak de rest van ons leven gevangen houden omdat we vluchten voor onszelf en de waarheid dat we in werkelijkheid alleen zijn. Onze aandacht richt zich vanaf dat moment op de (buiten)wereld en op anderen terwijl datgene waar we werkelijk naar verlangen altijd al in ons aanwezig is geweest, in onze binnenwereld, daar waar het verhaal ooit begon.

 

Wanneer die illusie uiteindelijk wordt doorzien, verandert ook de betekenis van liefde

De ander verdwijnt niet uit ons leven; alleen de afhankelijkheid verdwijnt. Liefde wordt geen verlangen meer, maar een herkenning en langzaam wordt zichtbaar dat hetzelfde leven door alle ogen kijkt en in ieder hart klopt.

 

In iedere ontmoeting herken je ineens steeds opnieuw jezelf. En dan wordt duidelijk dat niemand ons ooit heeft kunnen geven waar wij zo naar verlangden, omdat we het zelf altijd al waren.

 

En wanneer we ons uiteindelijk herinneren wie we werkelijk zijn, verdwijnt ook het verlangen naar de ander. Alle vormen lossen op in dezelfde bron waaruit zij zijn voortgekomen.

 

Dan blijft alleen de Ene over en lost ieder verhaal op in de stilte waaruit het ooit is ontstaan…

 

Rani Savitri

 

 

Schrijf je in voor de Lichtwerkers Nederland nieuwsbrief