Voor wie niet meer kan doen alsof


Er leven mensen op aarde die zich iets herinneren dat ouder is dan taal en dieper gaat dan elk verhaal dat deze wereld vertelt. 
Zij dragen geen kennis die is aangeleerd en geen wijsheid die is overgedragen, zij dragen een weten dat zich aandient zodra alles wat ooit houvast gaf is weggevallen. Dit weten vraagt geen bewijs en zoekt geen bevestiging, het is aanwezig als adem, als grond onder de voeten, als een stille zekerheid die zich niet laat wegredeneren.

 

 

Wie hen ontmoet voelt geen zoveelste leer, geen methode of een belofte, alleen een ongebruikelijke helderheid die niets vraagt en toch alles blootlegt.

Zij bewegen door het leven zonder namen die indruk maken en zonder titels die gewicht dragen. Hun aanwezigheid zoekt geen podium en verdraagt geen schone schijn of schijnheiligheid, omdat waarheid zichzelf draagt en geen aankleding verdraagt.

Nederigheid omringt hen als vanzelfsprekendheid, geen aangeleerde houding, geen deugd, gewoon het gevolg van zien hoe weinig het persoonlijke betekent zodra het grotere zich toont.

Zij trekken geen volgelingen aan en bouwen geen bewegingen, zij lopen eenvoudig hun weg en laten door hun manier van zijn zien wat overblijft wanneer illusie oplost.

Velen van hen zijn diep gegaan, verder dan woorden reiken, door verlies dat geen uitleg duldt en door pijn die het lichaam en de ziel tegelijk openbreekt. Zij kennen de afgrond van binnenuit, de leegte waarin geen gebed meer klinkt en geen hoop overeind blijft.

Zij hebben gehuild zonder getuigen, gezwegen zonder troost, gelegen op de grond zonder antwoord. Zij gingen door het donker omdat er geen andere beweging meer mogelijk was en precies daar werd iets in hen onaanraakbaar. Wat sterft onderweg blijkt nooit het wezen te zijn geweest, wat overblijft blijkt altijd aanwezig.

Zoals Jezus zijn kruis droeg zonder verzet en zonder verhaal, zo hebben zij hun last gedragen zonder zichzelf tot martelaar te maken.

Lijden werd geen identiteit en pijn geen wapen, het werd een doorgang, een zuivering, ontmanteling van alles wat zichzelf overeind wilde houden

Verleiding kwam in vele vormen, macht, erkenning, veiligheid, spirituele beloning, subtiele beloftes van uitverkorenheid, en telkens werd gezien dat elke vorm van heersen verbonden blijft aan angst en verlies.

Het smalle pad opende zich vanzelf, niet als keuze, wel als gevolg van niets meer kunnen vasthouden.

Dat pad leidde door woestijnen waarin eenzaamheid geen vijand meer was en door nachten waarin geen ster verscheen, tot zelfs het pad zelf verdween en de zoeker oploste.

Wat overbleef beweegt zonder richting,

leeft zonder doel en ademt zonder eigenaar.

Daar ontstaat aanwezigheid die snijdt zonder geweld en onthult zonder aanval. Waar leugen standhoudt door herhaling, valt zij uiteen in deze nabijheid.

Waar duisternis macht ontleent aan onwetendheid, verliest zij haar greep door eenvoudig gezien te worden.

Deze mensen dragen het harnas van God zonder het te benoemen

Waarheid omgordt hun middel, gerechtigheid bewaakt hun hart, vrede draagt hun voeten, vertrouwen blust elke pijl van twijfel, helderheid beschermt hun geest.

Het zwaard dat zij dragen is geen instrument van strijd, het is onderscheid dat doorsnijdt wat bindt en vrijmaakt wat gevangen werd gehouden.

In hun nabijheid verliest illusie haar overtuigingskracht en verhalen vallen stil omdat zij nergens meer aan hechten.

Zij redden niemand en zoeken niemand, zij herinneren door aanwezig te zijn.

Wie verdwaald is voelt zich gezien zonder beoordeeld te worden, wie bang is voelt ruimte zonder beloften, wie wanhopig is herkent iets dat ouder is dan de wanhoop zelf.

Hun mededogen komt voort uit herkenning, omdat zij elke omweg kennen en elke vlucht hebben geleefd

Oordeel lost op zodra alles doorzien is.

Hun geven vraagt geen wederkeer en hun delen komt voort uit overvloed die geen eigenaar kent. Wat door hen stroomt komt uit de Bron waarmee zij één zijn geworden, een stille leiding die geen richting aanwijst en toch alles ordent.

Het onware zelf, gebouwd op angst en controle, verloor zijn samenhang en verdampte in het licht van zien. Slachtofferschap vond geen grond meer en projectie keerde terug naar waar zij ontstond.

Zij staan aan geen einde en aan geen begin, zij zijn het punt waarop zoeken ophoudt. Thuis verschijnt als herinnering aan wat nooit verlaten werd. In een wereld die verstrikt raakt in angst, verleiding en macht verschijnen zij zonder aankondiging als levende uitnodiging.

Zij bouwen geen afhankelijkheid en verkondigen geen leer, hun aanwezigheid opent een deur die zich alleen laat binnengaan door wie bereid is alles los te laten.

Wie hen herkent voelt het zwaard al in eigen hand en het harnas al om het hart.

Dát moment vraagt geen strijd en geen belofte, alleen bereidheid om te zien wat altijd al waar was.

Rani Savitri


Schrijf je in voor de Lichtwerkers Nederland nieuwsbrief