Door de eeuwen heen is de naam van Salomo bijna synoniem geworden met wijsheid. Wanneer mensen over hem spreken verschijnt het beeld van een koning die kon zien wat anderen ontging, een man naar
wie vorsten reisden om hem te horen spreken, een heerser onder wie een rijk bloeide en in Jeruzalem een tempel verrees die moest laten zien dat het heilige in het midden van een volk kon wonen.
Generaties hebben zich aan dat beeld vastgehouden en spreken nog steeds met bewondering over zijn inzicht, over zijn oordeel en over de grootsheid van zijn koninkrijk.
Wat zelden werkelijk onder ogen wordt gezien, is dat het verhaal van Salomo niet eindigt in wijsheid. Het eindigt in een breuk die veel dieper reikt dan het leven van één koning en die tot op vandaag door de wereld loopt.
Aan het begin van zijn regering stond Salomo als een jonge man voor een taak die groter was dan hijzelf. Het koninkrijk dat zijn vader David met strijd had opgebouwd lag in zijn handen, en de verantwoordelijkheid om over een volk te regeren drukte zwaar op zijn schouders. In een droom werd hij aangesproken door God, en in dat moment werd hem een vraag gesteld die maar weinig mensen ooit krijgen.
“Wat verlang je?”
Voor hem lag de mogelijkheid om alles te vragen wat een mens gewoonlijk verlangt: rijkdom, macht, overwinning op vijanden of een lang leven. Zijn verlangen ging echter een andere richting uit. Hij vroeg om wijsheid, om een hart dat kon luisteren en onderscheiden wat goed was en wat kwaad, zodat hij het volk rechtvaardig kon leiden.
Die wijsheid werd hem gegeven.
Wat vaak wordt vergeten, is dat God aan die gave meteen een voorwaarde verbond. De wijsheid die Salomo ontving kon alleen zuiver blijven zolang zijn hart verbonden bleef met de bron waaruit zij voortkwam. Zolang liefde voor God de grond bleef waarop zijn wijsheid rustte.
In de jaren die volgden leek het alsof alles zich rondom die gave ordende. Jeruzalem groeide uit tot een centrum van handel en invloed, vrede vestigde zich in het land en uit alle windstreken
kwamen mensen om hem te horen spreken. In diezelfde periode ontstond bij Salomo het verlangen om een huis voor God te bouwen, een plaats die zichtbaar zou maken dat het heilige onder de mensen
kon wonen.
Op de berg in Jeruzalem begon een tempel te verrijzen, opgebouwd uit steen, cederhout en goud dat uit verre landen werd aangevoerd. Wat daar ontstond was voor die tijd ongekend en moest een plaats worden waar hemel en aarde elkaar konden raken. Toen de tempel werd ingewijd bad Salomo dat God daar zou wonen en dat het volk daar gehoord zou worden wanneer het zijn hart tot Hem richtte.
Voor een tijd leek alles in harmonie te staan.
Toch begon in diezelfde jaren een verschuiving in het leven van de koning. Rijkdom bleef binnenstromen in de stad en met rijkdom verschenen politieke allianties. Die allianties brachten
huwelijken met vrouwen uit vele volken met zich mee, en met hen kwamen hun rituelen en hun goden. Op de heuvels rond Jeruzalem verschenen altaren die ooit ondenkbaar waren geweest.
Zijn verstand bleef scherp en zijn vermogen om te regeren bleef groot, terwijl zijn hart langzaam verdeeld raakte. De liefde voor God, die ooit de bron van zijn wijsheid was geweest, verloor haar
centrale plaats. Wat overbleef was een inzicht dat nog steeds kon analyseren en organiseren, maar zijn richting had verloren.
Daar ligt de werkelijke betekenis van zijn val.
Niet het verlies van wijsheid, maar het verlies van liefde
Wijsheid kan een rijk opbouwen, een tempel laten verrijzen en een wereld imponeren, terwijl het hart ondertussen verdeeld raakt tussen trouw en macht. Zodra die verdeeldheid ontstaat verandert
wijsheid langzaam in strategie, diplomatie en beheersing. Een mens kan dan nog steeds indrukwekkend handelen en grote dingen tot stand brengen, terwijl de kern van zijn leven leeg begint te
worden.
Daar staat de mens dan met al zijn wijsheid.
Leeg.
Na de dood van Salomo werd zichtbaar wat zich onder zijn regering had opgebouwd. Het koninkrijk dat ooit één was brak uiteen, wantrouwen groeide tussen de stammen en de tempel die ooit een plaats
van ontmoeting met God moest zijn werd door de eeuwen heen steeds meer een plaats waar religie, identiteit en macht elkaar begonnen te bestrijden.
De geschiedenis daarna draagt de gevolgen van die breuk. De tempel werd verwoest, nieuwe rijken veroverden Jeruzalem en verschillende religies maakten aanspraak op dezelfde heilige plaats.
Kruistochten, veroveringen en oorlogen volgden elkaar op, terwijl dezelfde berg in Jeruzalem een brandpunt bleef van spanningen die de wereld raken.
Wat vandaag in die regio gebeurt laat zien dat die breuk nooit werkelijk is geheeld. Oorlogen rond Israël, Gaza, Syrië, Iran en Irak laten zien hoe een geschiedenis die duizenden jaren geleden
begon nog steeds doorwerkt.
En precies daar wordt zichtbaar dat dit verhaal uiteindelijk niet over Salomo gaat
Het gaat over ons.
Het gaat over de mensheid.
Salomo staat symbool voor iets dat in ieder mens aanwezig is. In het hart van de mens leeft het verlangen naar wijsheid, naar inzicht, naar orde en naar controle over het leven. In datzelfde hart
leeft echter ook het verlangen naar macht, bezit en veiligheid. Zodra die krachten het hart verdelen verschijnt dezelfde verdeeldheid buiten de mens in grenzen, conflicten en oorlog.
De geschiedenis van de wereld laat zien hoe die innerlijke breuk zich telkens opnieuw herhaalt.
Diezelfde beweging zien we ook op een andere plaats in de wereld, waar een volk leefde dat een wijsheid kende die veel beschavingen nooit werkelijk hebben begrepen. Op het continent dat later
Amerika werd genoemd leefden volkeren eeuwenlang in diepe verbondenheid met de aarde. Zij zagen de aarde niet als bezit, maar als een levende werkelijkheid waarin de mens een plaats heeft.
Hun leven was gebouwd op respect voor het land, voor dieren, voor water en voor de generaties die nog zouden komen. Hun wijsheid kwam niet voort uit dominantie, maar uit luisteren naar het leven
zelf. In hun woorden en tradities klinkt steeds dezelfde erkenning door: niets behoort ons werkelijk toe.
Alles is ons in bruikleen gegeven.
Toen de kolonisten kwamen werd dat volk bijna uitgeroeid. Dorpen werden vernietigd, land werd afgenomen en mensen werden afgeslacht op een schaal die nauwelijks te bevatten is. Beschaving noemde zichzelf dat. Vooruitgang. Wijsheid.
En toch werd juist een volk vernietigd dat een inzicht droeg waar de moderne wereld nog steeds niet toe in staat is.
Wie zijn hier werkelijk de primitieve mensen?
De mens die denkt dat de aarde van hem is, of de mens die begrijpt dat hij zelf van de aarde is.
De foto van de indiaan die zijn voorhoofd tegen het hoofd van een bizon legt laat een waarheid zien die ouder is dan onze beschavingen. In die aanraking zie je een mens die het leven niet
probeert te bezitten, maar er deel van uitmaakt. Zijn houding herinnert aan een werkelijkheid waarin de mens zichzelf niet boven de schepping plaatst.
Liefde is het hoogste inzicht
Waar liefde aanwezig is ontstaat vanzelf wijsheid. Waar liefde ontbreekt kan wijsheid veranderen in een kracht die verwoest.
Dat is wat er met Salomo gebeurde.
Dat is wat er met ons gebeurt.
De wereld die wij vandaag kennen is het gevolg van een mensheid die geleerd heeft om slim te zijn, te analyseren, te organiseren en te bouwen, terwijl zij het eenvoudigste inzicht is
kwijtgeraakt.
Niets is van ons.
Alles is ons gegeven
Wie dat werkelijk begrijpt voert geen oorlog.
Hoeveel oorlogen zijn er nog nodig voordat de mens het inzicht ontvangt dat sommige volkeren al lang geleden hadden ontvangen?
Zolang de mens wijsheid zoekt zonder liefde zal hij tempels bouwen, rijken stichten en beschavingen vormen die uiteindelijk tegen hemzelf worden gebruikt.
Een volk dat met de aarde leeft vormt geen oorlog.
Een volk dat de aarde wil bezitten verliest haar.
Rani Savitri
