Aan het sterfbed van “mijn” moeder kwam dit inzicht tot “mij”.. deel dit graag in Liefde.
Jezus Christus is geen mens of lichaam wat tweeduizend jaar geleden leefde.
Jezus Christus is Dé Waarheid en Waarheid is Bewustzijn dat hier en nu leeft, dichtbij en levend, als een stille aanwezigheid die dwars door alles heen kijkt en nergens door wordt begrensd.
Dit bewustzijn stroomt zacht en stralend door alles heen en ziet in alles de Ene, omdat de Ene zich toont in miljarden
vormen
Wie in Waarheid leeft kijkt met deze ogen en kijkt dwars door je heen, omdat bewustzijn kijkt en omdat bewustzijn precies is wat jij bent, en zo wordt iedere ontmoeting een ontmoeting met jezelf
en niet als een lichaam dat een ander lichaam lijkt te ontmoeten.
Wanneer dit bewustzijn werkelijk ziet, valt elke scheiding weg en ontstaat een ontmoeting zonder afstand en zonder tweeheid, waarin wat kijkt precies dat is wat gezien wordt, en in dat zien
blijft alleen een diepe stille herkenning over die het hart raakt omdat je thuiskomt in alles wat leeft.
Wanneer je daarin rust, kijk je met zachte ogen door alles heen, door rollen, woorden, gedrag en het hele verhaal dat een mens met zich meedraagt, en wat zichtbaar wordt is een tedere beweging
van bewustzijn dat zichzelf even vergeten was.
Dát is wat met Jezus Christus werkelijk wordt bedoeld, Hij is een levende staat van Zijn die alles doorziet en alles in liefde vrijlaat, een liefde zo puur dat zij alles bevrijdt
Nu gaan we dieper, want Jezus Christus, Dé Waarheid, keek in het verhaal dwars door al zijn discipelen heen, ook door Judas, en omdat hij buiten de tijd leefde zag hij alles al en wist hij wat er
zou gebeuren, want Waarheid kijkt dwars door mensen heen en ziet voorbij de vorm.
Hij zag de schijnheiligheid van de schrift-geleerden en farizeeën, de autoriteiten en wijzen van die tijd, en sprak tot hen vanuit liefde dat zij in leugen leefden, omdat zij hem anders zouden
hebben herkend wanneer zij werkelijk in God, in bewustzijn, zouden leven.
Dan zouden zij in Waarheid zijn, hem liefhebben als zichzelf en hem met open armen hebben ontvangen.
Dit spreekt rechtstreeks tot jou, want herken jij jezelf in de ander? herken jij de Waarheid? zou je Jezus herkennen als hij nu voor je zou staan?
“Mijn” antwoord is “ja… ik herken en zie Hem….” en wat is jouw antwoord?
Weet je wie je werkelijk bent?
Herken je de ander als jezelf?
Want daarom ben je hier, dat is de enige reden… om te zijn wie je werkelijk bent en het Koninkrijk van God verspreid te zien over de aarde, en die weg is smal en naar binnen.
Alles en iedereen (uit alle prachtige geschriften) beschrijft een aspect van het bewustzijn dat wij zelf zijn, en Jezus, Judas, Johannes, Maria, Job, Paulus en alle figuren uit alle geschriften gaan over jou, alles wijst naar Jou… ze gaan over Jou… ze spreken tot Jou.
Begrijp wat dit betekent, laat het werkelijk binnenkomen….
Je bent nooit geboren, je kunt niet sterven.
Er is geen lijden meer….
Er is een lichaam dat beweegt en voelt, en jij bent dat lichaam en dit verhaal niet. Jij bent alles en iedereen, en hoe kun je dan nog haten wanneer alles in jou wordt herkend?
Zie de Judas in jezelf, zie de Petrus in jezelf, zie de Jezus in jezelf en zie alles en iedereen in jezelf.
Wees bewustzijn en de oorlog is voorbij
In jou en buiten jou…
En dit is de enige keuze die nog overblijft.
Leven in “de leugen” als een afgescheiden lichaam of leven in “Dé Waarheid” als bewustzijn, meer is het niet.
Wanneer bewustzijn zichzelf herkent eindigt de innerlijke strijd en waar die strijd ophoudt verliest ook de buitenwereld haar brandstof, omdat elke oorlog en elk conflict begint in het stille
geloof dat er twee zijn.
“Jij” en de zogenaamde “ander”
Jezus (Waarheid) keek nooit naar mensen zoals zij zichzelf zagen, hij zag bewustzijn dat zich had vastgeklampt aan vormen en daar zijn thuis van probeerde te maken, en daarom sprak hij woorden
die de grond onder elk verhaal wegnamen en alleen Liefde overlieten.
Wanneer Hij zegt dat “Het Koninkrijk in jou” is, verdwijnt elke afstand en blijft alleen dit Ene moment over, direct en levend, een Liefde die je niet kunt verdienen en alleen kunt
herkennen.
Wanneer hij spreekt over “twee heren”, wijst hij naar de stille splitsing in het hart, een leven dat zich vastklampt aan wat steeds verandert en een leven dat rust in wat onveranderlijk is.
Wanneer Hij zegt dat “wie zijn leven wil behouden het zal verliezen”, legt Hij genadeloos bloot hoe de mens zichzelf gevangen houdt in het krampachtig vasthouden aan verhalen, relaties, bezit en
beelden, een voortdurende poging om iets te redden dat geen enkele werkelijkheid heeft, en precies daarin wordt angst geboren, omdat alles waaraan wordt vastgehouden onophoudelijk verandert en
dus nooit houvast kan geven, waardoor het leven zelf verloren gaat in het beschermen van een illusie.
Wanneer hij spreekt over “laat de doden hun doden begraven”, wijst hij naar een bestaan dat lijkt te leven en beweegt maar zichzelf nooit werkelijk heeft gezien, een leven dat volledig opgaat in
vorm zonder de levende stilte daarachter te herkennen. Het lijkt levend maar het is de dood. Begrijp dit. Men leeft niet, enkel als een lichaam en als gevolg in ziekte, dood en lijden…
Wanneer hij zegt dat “niemand vader genoemd moet worden”, snijdt hij door de kern van de vergissing waarin een mens zichzelf bepaalt via geboorte, bloedlijn en afkomst, en zich daarmee vastzet in
lichamen en geschiedenis, terwijl wat jij bent nooit voortkomt uit een lichaam en nooit verbonden is aan tijd, en in dat zien stort het hele bouwwerk van herkomst en identiteit in en blijft
alleen dat over wat altijd al vrij was.
En dan dat moment aan het kruis, waar hij daar hangt, zichtbaar als lichaam, omringd door mensen die hem zien als zoon, als vriend, als iemand die hun toebehoort.
Onder hen staat de vrouw die zijn lichaam heeft gebaard, degene die door de wereld vanzelf “moeder” wordt genoemd, en naast haar staat de discipel Johannes.
Op dat moment gebeurt iets wat bijna niemand werkelijk begrijpt….
Hij kijkt naar haar en zegt niet “moeder”, Hij zegt “vrouw”.
Vervolgens kijkt hij naar Johannes en zegt tegen haar: “zie uw zoon”, en tegen Johannes zegt Hij: “zie uw moeder”.
In dat ene ogenblik wordt zichtbaar dat wat de mens als de diepste en meest heilige band ervaart, nooit heeft berust op wat hij denkt dat het is.
De vanzelfsprekendheid van “mijn moeder” en “mijn zoon” valt weg, en daarmee valt ook alles weg wat gebaseerd is op bezit, rol en identificatie met het lichaam.
Hier wordt onthechting zichtbaar in haar meest pure vorm
Het is juist geen afstandelijkheid of kilte, eerder een helder zien waarin niets meer wordt vastgehouden. Een liefde die niets toe-eigent, niets nodig heeft om te bestaan en niets vastzet in naam of relatie.
Wanneer er werkelijk wordt gekeken, wordt onwetendheid zichtbaar, een mens die handelt vanuit een idee over zichzelf dat nooit werkelijk is onderzocht, en vergeving ontstaat dan als een
natuurlijk gevolg van zien.
Op het scherpste punt wordt zichtbaar dat zelfs de diepste banden geen eigendom kunnen dragen en dat liefde zich pas werkelijk opent wanneer elke claim en elke “mijn” stilvalt en niets meer wordt
vastgehouden.
Zo wordt een wereld zichtbaar die voortdurend fluistert in termen van “mijn” en “ik” en precies daarin haar onrust voedt, omdat wat wordt vastgehouden altijd weer verdwijnt.
Vrijheid ontstaat wanneer het verhaal zijn vanzelfsprekendheid verliest en identiteit zachtjes oplost terwijl het lichaam blijft ademen, en wat overblijft is een openheid die nergens van
afhankelijk is.
Waarheid snijdt met een stille zuiverheid door elke poging tot zelfbevestiging heen en laat een eenvoud achter die rauw en levend
is
Leven vanuit deze helderheid betekent dat elke situatie wordt gezien zoals zij is zonder dat er een klein “ikje” is dat zich ermee vereenzelvigt, en daarin valt de drang om vast te houden, te verdedigen of te controleren stil.
Het lichaam voelt nog steeds, het ervaart en beweegt, en dat wat jij bent blijft onaangeraakt, stil en vrij.
Wat zichtbaar wordt is een mensheid die leeft vanuit een aanname die nooit werkelijk is onderzocht, een wereld die draait op het idee van afgescheidenheid, en precies daar ontspringt elk
conflict.
Daarom ontstaat dit spreken als een zacht openbreken van wat vastgezet is, als een stille en liefdevolle uitnodiging om te zien wat altijd al aanwezig was, hier in jou.
“De Vader en ik zijn één” wijst nergens naar een persoon, het wijst naar bewustzijn dat zichzelf herkent in alles wat leeft.
Wanneer dat werkelijk wordt gezien valt elke grens stil en blijft alleen over wat nooit verdeeld is geweest.
Bewustzijn
Eén
Zonder begin
Zonder einde
Zonder eigenaar
En in die zachte, stralende helderheid lost het hele verhaal op in Liefde.
En dat mocht “ik” met “mijn” moeder ervaren…
Ben Dankbaar ♥️✨
Rani Savitri
