Wat aan het kruis gebeurde brak iets open in zijn discipelen wat zij nauwelijks konden dragen. Ze hadden met hem geleefd, hem gevolgd en in hem iets herkend dat dieper ging dan woorden
ooit konden raken, een stille vlam die recht door de ziel brandde. Toen dat lichaam werd gebroken, bespot, doorboord en in het graf gelegd, leek alles wat zij in hem hadden gezien te sterven. Hun
ogen waren gevangen in vorm, in tijd, in wat opbloeit en weer verdwijnt. En juist daar, in die breuk, lag de vreselijke, ondraaglijke pijn. Want wat zij werkelijk herkenden had nooit in dat
lichaam gewoond.
Hij had het drie dagen daarvoor uitgesproken dat hij weer zou opstaan
Maar zij hoorden het als een terugkeer in dezelfde gebroken vorm, alsof wat vernietigd wordt ooit weer kan worden zoals het was.
Terwijl hij sprak vanuit dat wat altijd aanwezig is, dat zich uitdrukt zonder zich ooit te laten vastzetten in één gestalte.
Dat werd pas zichtbaar toen hun manier van kijken begon te breken en er niets meer overeind bleef van wat zij dachten te begrijpen.
Maria loopt naar het graf met een hart dat nog vasthoudt aan wat verloren lijkt.
Haar ogen zoeken wat zij denkt kwijt te zijn.
En wanneer zij zich omdraait staat hij daar, dichtbij en levend.
Maar ze herkent hem niet….
Ze kijkt hem recht aan en ziet in plaats van hem een tuinman, omdat haar blik nog verduisterd is door verdriet en verwachting.
En juist daarin ligt de onthulling die alles openbreekt: wat voor haar staat leeft, spreekt en weet, terwijl het zich toont in een vorm die zij niet herkent.
Daar wordt zichtbaar dat wat hij werkelijk is nooit gebonden is geweest aan één lichaam, één gezicht, één geschiedenis.
Dat wat wij Jezus of Christus noemen, dat levende bewustzijn, beweegt vrij door iedere vorm heen, kan verschijnen zoals het wil, en draagt tegelijk het volledige weten van het leven dat hier
geleefd werd.
Het lichaam is gevallen, het verhaal is doorleefd, en toch blijft dat wat waar is volledig intact, bewust, levend en aanwezig.
Tot hij haar naam uitspreekt….
En dan breekt er ineens iets open.
Een herkenning die niets met vorm te maken heeft, alsof het leven zelf zichzelf herkent voorbij alles wat ooit gezien werd.
Twee discipelen lopen weg van Jeruzalem, gebroken door wat is ingestort.
Hun woorden draaien in cirkels rond iets wat zij niet kunnen grijpen.
Hij loopt naast hen, spreekt met hen en is met hen, terwijl ook zij hem niet zien omdat hun ogen nog vastzitten aan wat zij menen te weten. Ook zij herkennen hem niet.
Wat naast hen loopt is dezelfde levende aanwezigheid, volledig bewust, dragend wat geweest is, en toch vrij van iedere vaste verschijning.
Hij spreekt met hen, beweegt met hen mee, terwijl zij blijven zoeken naar een gezicht dat zij ooit gekend hebben.
Daar wordt zichtbaar dat het leven zichzelf voortzet, ongehinderd door het verdwijnen van het lichaam, niet als een herinnering, als levende, bewuste aanwezigheid die iedere vorm kan aannemen
zonder iets te verliezen van wat geweest is.
Tot er iets stilvalt en hun zien zich opent.
Zij zien wat er al die tijd was.
En hun oude manier van kijken valt weg alsof die nooit heeft bestaan.
De anderen zitten bijeen, dicht op elkaar, vol angst en verwarring.
Ineens staat hij daar, midden tussen hen, herkenbaar en tegelijk niet te grijpen, omdat wat daar verschijnt zich niet laat vastzetten in één beeld.
En nu verschijnt hij in de gedaante die zij kennen, niet omdat hij daaraan gebonden is, maar omdat zij hem alleen zo kunnen ontvangen.
Alsof het bewustzijn zelf de vorm kiest die gezien kan worden, terwijl het vrij blijft van iedere vorm die het aanneemt.
Wat hen raakt gaat dieper dan herkenning van een gezicht.
Het raakt iets wat zij voelen zonder het te kunnen vasthouden.
Wat zij daar zien snijdt door alles heen.
Ze zien ineens dat hij nooit dat lichaam is geweest….
Dat wat in hem leefde niet geraakt kon worden door geweld, dood of wat dan ook
Dat wat zij dachten te verliezen nooit verdwenen is geweest.
En daarin ligt de werkelijke opstanding.
Niet dat een lichaam terugkomt, maar dat wat leeft doorgaat, bewust, aanwezig, vrij van vorm, en toch in staat om iedere vorm aan te nemen zonder zichzelf ooit te verliezen.
Dat is het eeuwige leven waar hij over sprak.
Niet iets dat begint na de dood, maar iets dat hier gekend kan worden, terwijl het lichaam nog leeft.
Een herkennen waarin de dood zijn betekenis verliest, omdat dat wat jij bent niet kan sterven, en wanneer het lichaam valt, het leven eenvoudig doorgaat, zonder onderbreking, zonder verlies en
zonder einde.
En daar begint het werkelijke Zien….
Wat zij herkennen is geen man die terugkomt uit de dood.
Wat zij herkennen is dezelfde Jezus Christus, levend, direct, als dat wat in henzelf aanwezig is en zichzelf herkent in wat het ontmoet.
En daar raakt het jou….
Want jij kijkt nog steeds zoals zij keken.
Jij herkent het niet, net zoals zij hem niet herkenden.
Jij zoekt jezelf in wat zichtbaar is, in je lichaam, je naam, je verleden en in alles wat je hebt meegemaakt.
Daarin bouw je iets dat moet blijven bestaan, iets dat je beschermt tegen het lege gevoel.
Terwijl precies dat voortdurend verandert en uit je handen glijdt.
Daarin zit de spanning die je voelt, de poging om vast te houden wat nooit vast kan blijven.
Kijk om je heen….
Niets is werkelijk veranderd.
Mensen doen elkaar nog steeds pijn.
Ze doden en vernietigen en herhalen dezelfde beweging.
Oorlogen razen voort, levens worden verwoest, graven vullen zich en toch wordt gedaan alsof het losstaat van wat hier gaande is.
Christus leeft hier, nu, in jou en in mij en in iedereen…
Als één en hetzelfde bewustzijn dat zich uitdrukt in ontelbare vormen en toch altijd zichzelf blijft.
Dát is wat hij heeft geleefd en ons heeft willen leren… door een levend voorbeeld te zijn. Net als alle Meesters hier op aarde verschenen.
Als het Ene Bewustzijn terwijl het lichaam verschijnt en wordt gebroken zonder zich daarmee te verwarren.
Zoals licht zich weerspiegelt in alles en toch onveranderd blijft, zo leeft dat ene bewustzijn in ieder mens.
Daarom is herkenning mogelijk.
Omdat wat jij bent zichzelf herkent wanneer het zichzelf ontmoet.
Je kent dat moment waarin alles stilvalt en er alleen nog aanwezigheid is zonder verhaal, zonder rol en zonder verleden.
Daar wordt zichtbaar wat nooit verdwenen is.
Weinigen leven dat bewust tijdens het leven omdat het vraagt dat alles wat jij denkt te zijn wegvalt.
En toch zal ieder mens het uiteindelijk herkennen.
Omdat waarheid zichzelf niet kan verliezen.
Daarom raakt waarheid zo diep en daarom roept zij weerstand op.
Omdat alles wat geen werkelijkheid draagt in haar aanwezigheid wegvalt.
Dat is wat er gebeurde aan het kruis.
En dat gebeurt nog steeds.
Waarheid verschijnt en wordt teruggebracht tot iets dat past binnen wat mensen kennen zodat alles kan blijven zoals het is.
Want deze wereld verdraagt Waarheid niet
De wereld van de leugen haat de Waarheid nog steeds, omdat Waarheid alles zichtbaar maakt wat verborgen wil blijven.
Jezus Christus als levende Waarheid was daarom een bedreiging, het was niet om wat hij deed of zei, maar om wat hij liet zien.
Zijn aanwezigheid alleen al legde bloot wat niet werkelijk is, elke leugen, elke schijn, elke vorm van macht die gebouwd is op angst en controle.
Waarheid heeft geen strijd nodig en geen verdediging, zij onthult en in dat onthullen valt alles weg wat geen grond heeft.
En precies dát kan deze wereld niet verdragen.
Want wat waar is wordt in deze wereld vervormd, wat zuiver is wordt verdraaid en wat vrij is wordt vastgezet in beelden, verhalen en systemen zodat het hanteerbaar blijft en geen einde
maakt aan wat mensen willen vasthouden.
Dáárom werd hij gekruisigd….
En daarom gebeurt hetzelfde nog steeds, niet alleen met hem, maar met alles wat Waarheid is en zichtbaar wordt.
Want zolang de mens vasthoudt aan wat hij denkt te zijn, zal hij datgene wat hem daarvan bevrijdt blijven afwijzen.
Tot het moment dat ook dat wegvalt.
Christus (bewustzijn) leeft namelijk in ieder mens.
Dat wordt alleen van binnenuit gekend.
Wat Waar is laat zich niet vangen in vormen of systemen.
Wat hier gedeeld wordt komt voort uit die directe, levende relatie.
En daarin ligt alles…
De ware opstanding leeft hier, in dit moment wanneer alles wat jij denkt te zijn wegvalt en alleen dat overblijft wat nooit is begonnen en nooit zal eindigen.
Dat is voor iedereen… niet voor de zogenaamde uitverkorenen…
Omdat wat jij bent nooit verdwenen is.
Je bent het alleen even vergeten….
En Christus in Jou wacht op jouw herkenning.
Zodat ook jij kunt opstaan uit de dood, tijdens het leven hier op aarde.
Rani Savitri
