Elke afhankelijkheid van de ander is een vorm van gevangenschap | Rani Savitri | Lichtwerkers Nederland

Voor ‘mijn’ zoon

Elke afhankelijkheid van de ander is een vorm van gevangenschap.

Meestal hangt een gevoel van geluk samen met anderen, zoals ook ongelukkig zijn samenhangt met anderen. Je bent gelukkig als iemand van je houdt en je bent ongelukkig wanneer iemand niet meer van je houdt.

Wanneer geluk en liefde niet meer afhankelijk is van een ander wezen, wanneer je geluk en liefde in jezelf hebt gevonden, zonder wie of wat dan ook, dan ben je bevrijd en niet langer een gevangene.

Deze bevrijding is Moksha. Een absolute vrijheid, waarin een mens bij niemand meer iets leent of haalt, verwacht of verlangd, waarbij men zelfs niets meer denkt of mist. Deze mens laat in de diepte der meditatie alles sterven wat uiteindelijk bij de lichamelijke dood toch van je weggenomen zal worden.

Alles wordt losgelaten.

Dan ontstaat de realisatie van dat zuivere bewustzijn, dat met niets kan worden vergeleken.

De schoonheid hiervan is een uiterste schoonheid en de grootsheid is een uiterste grootsheid, zich telkens uitbreidend, de kracht een uiterste kracht.

Om dit alles te realiseren zal de mens eerst door eenzaamheid moeten gaan. Je zult de prijs moeten betalen voor de zegen die op je wacht. In de kern ben je altijd alleen geweest, we worden alleen geboren en we zullen alleen sterven. En tijdens het middenstuk pretenderen we dat we samen zijn. Toch blijft het ‘alleen zijn’ van de mens onverminderd bestaan. Ze is altijd de onderstroom.

De lichamelijke behoeften zijn slechts vervuld, de psychologische behoeften volgen, maar als deze behoeften allen vervuld zijn en al die vervullingen alleen maar spelletjes blijken te zijn, kan een mens bevangen worden door een diepe eenzaamheid die tegelijkertijd het begin van meditatie kan zijn.

Men is er dan klaar voor om de eenzaamheid te ontmoeten in plaats van voor haar weg te vluchten. Men duikt er diep in en men wil zien wat die eenzaamheid nu precies is.

Dan komt de verrassing.

Je zult, wanneer je diep in je eigen eenzaamheid doordringt, in een centrum terecht komen dat helemaal niet eenzaam is. De omtrek bestaat uit eenzaamheid maar het centrum bestaat uit alleen-zijn. En wanneer je eenmaal je prachtige alleen-zijn hebt leren kennen, dan zul je een totaal ander mens zijn.

Je zult je nooit meer eenzaam voelen. 

Waar je ook bent.

Zelfs in de bergen of in de woestijn zul je je niet eenzaam voelen. Zelfs als je geen contact meer hebt met je kind(eren), met familie, met vrienden, met geliefden, dan nog zul je je niet eenzaam voelen.

Je bent dan met je alleen zijn zo diep geworteld in God dat het er niet meer toe doet of daarbuiten iemand is, of niet is.

Je bent vervuld, innerlijk vervuld en rijk. 

Je hebt niets en niemand meer nodig buiten jezelf. Terwijl eenzaamheid een gat is, een wonde, waar de ander was of waar je de ander bij zou willen halen, is alleen-zijn een ontbloeien.

Je mist niets, je mist niemand. Er is een Zijnsgeluk. Je bent totaal jezelf. Als zuiver bewustzijn besta je als het bestaan zelf. De sterren en de zon en de maan bewegen binnenin je.

Bomen en wolken bestaan in je, rivier en oceaan vloeien in je, je wordt het geheel en dat is waarom je alleen bent. Het ego is verdwenen, jij bent verdwenen, zij zijn verdwenen, en daarom kun je niet eenzaam zijn.

Dan ben je ‘alleen-zijn’ bekomen, bevrijd van alle banden welke je nog gevangen hielden in deze wereld der objecten en verschijnselen.

Dan ben je volledig onthecht en in een staat van gelukzaligheid en vrede, dan mag je het koninkrijk betreden wat God lang geleden voor je heeft voorbereid.

Nu ben je klaar. Klaar om de stap te nemen door de poort heen. Alle illusie achterlatend, alle vormen en objecten achterlatend. Alle relaties doorziend. Iedereen speelde slechts een rol in het spel om jou terug te laten keren naar jezelf, naar je ware zelf. Iedereen heeft je cadeautjes gegeven in de vorm van lessen. Een kind gaf de lessen in moederliefde, een geliefde de lessen in partnerschap, een vijand de lessen in vergeving, angst, haat en oordeel. De pijn gaf lessen in verlossing. Duisternis gaf lessen in licht.

Dankbaar voor de lange reis welke is afgelegd. Een lange reis, gevuld met ervaringen. Een lange reis welke terug leidde naar daar, waar ooit de reis begon.

Dit wens ik voor jou lieve, mooie, prachtige zoon. Dit en niets anders dan dit. Het is het mooiste en grootste geschenk wat ik, in de rol van jouw moeder, jou mag en kan schenken. Hoewel je het nu nog niet zult begrijpen. Ooit zul je dit wel.

Voor nu vangt voor jou de reis van ervaringen aan in deze wereld, daar waar voor mij de reis is volbracht.

Onze wegen scheiden voor nu. Wie had dat ooit gedacht.... loslaten is zeer moeilijk, het liefste zou ik je vasthouden voor altijd, je beschermen. Maar wetende dat dat geen liefde is, wetende dat strijden om jou geen liefde is, laat ik je los.

Jouw vrijheid en reis tegemoet.... mijn tranen zullen verdwijnen en plaats maken voor vreugde. Vreugde voor de ervaring jou als zoon te mogen ontvangen in dit leven. Jij bent een prachtig geschenk! Vergeet dat nooit.

In liefde,

Jouw mama,

Rani Savitri