Jezelf voor de gek houden | Rani Savitri | Lichtwerkers Nederland

Iedereen streeft naar een voortdurende bezigheid, vierentwintig uur per dag. Dit is de vlucht voor jezelf. Er is angst voor jezelf en daarom durf je niet eerlijk naar jezelf te kijken.

En omdat je niet eerlijk naar jezelf durft te kijken, blijf je maar dromen koesteren over jezelf. Je blijft beelden scheppen, projecties.

Het is heel makkelijk en heel goedkoop om beelden te scheppen, maar het is heel moeilijk en heel zwaar om werkelijk iets te zijn.

Je kiest altijd het makkelijkste en goedkoopste, en wanneer je eenmaal hiervoor hebt gekozen is naar jezelf kijken heel erg moeilijk en zwaar.

Je hebt een beeld geschept dat je uniek bent, maar menen dat je uniek bent is heel goedkoop. Je kunt het heel makkelijk doen, je hoeft je er zelfs niet voor te bewegen.

Je kunt niet naar jezelf kijken, alles wat je van jezelf hebt gedacht zul je daarin niet vinden. En dit weet je maar al te goed.

Wie anders kan het zo goed weten als jij?

Als je denkt dat je mooi bent, kun je niet in de spiegel kijken als deze schoonheid niet meer is dan een idee, en je weet het!

Het is te pijnlijk te beseffen dat je niemand bent. Het is onverdraaglijk om erachter te komen dat je niets bent en je alles zelf hebt verzonnen. Je bent iemand in je eigen ogen. Ieder ander mag weten dat je niemand bent, maar jijzelf niet.

Zelfs een gek denkt dat de hele wereld gek is. De hele wereld zegt dat hij gek is, maar hij zal niet luisteren omdat het te pijnlijk is. Hij zal alle mogelijke argumenten en verklaringen aanvoeren om te zeggen:

‘Ik ben niet gek.’

Het is altijd de ander die het mis heeft, die gek is. Zo bescherm je je eigen gezonde verstand. Dit is een bescherming.

En iemand die niet naar zichzelf kan kijken, kan niet kijken, want hij is niet alleen bang om naar zichzelf te kijken, hij is te bang om te kijken.

Want als je naar de ander kijkt, kan die ander de spiegel worden, als je in de ander kijkt, kan de ander iets aanwijzen in jou.

In de ogen van de ander wordt je weerspiegeld. Dus kun je helemaal niet naar de ander kijken. Je kijkt naar jezelf alleen besef je dit helemaal niet.

Je schept een fictie van jezelf, en dan schep je ficties van anderen. Je leeft voortdurend in een droom wereld, een fictieve wereld, gevuld met projecties, voortkomend uit jezelf. Maar jij denkt iedere keer weer dat het de ander is.

En zo leeft iedereen in deze wereld.

En dan vraag je jezelf af, hoe je in deze wereld een zegen kunt zijn. Je nachtmerrie is natuurlijk: wat je ook hebt gedaan, er kan enkel een nachtmerrie uit jouw schepping voortkomen. Uit jouw projecties.

En je vraagt je af hoe je je op je gemak kunt voelen in deze wereld.

Niemand kan zich werkelijk op zijn gemak voelen in deze wereld van fictie.

Hoe moeilijk dit ook aanvaard kan worden, alleen een feit kan je niet-gespannen maken. Alleen een feit kan je naar waarheid voeren.

Als je de waarheid ontkent over jezelf en meegaat in de fictie, in de leugens, dan blijf je in het rond tollen en bereikt zo nooit het middelpunt.

Je wilt de waarheid over jezelf helemaal niet ontdekken. Je wilt haar verborgen houden. Je wilt niet in jezelf kijken, je bent bang dat alles wat je hebt verzonnen als een kaartenhuis zal ineenstorten.

Iedereen is dus met de fictie bezig, met de projecties, met anderen, met bezigheden. Dat is je bedrijf, je beroep, je gezin, je familie, je hobby’s.

Maar al je bezigheden zijn niet meer dan een manier om uiterlijk bezig te blijven.

Daarom wil niemand alleen zijn, zelfs geen ogenblik.

Dat is zo vreselijk, want als je alleen bent kun je jezelf tegenkomen. Wat zul je doen als je alleen bent? Als je alleen bent, ben je op jezelf.

En dan zou de werkelijkheid wel eens kunnen uitbarsten en al je illusies wegvagen. Je blijft met niets over. Er is niemand meer om de schuld te geven, je bent niemand en dat is beangstigend.

Iedereen streeft dus naar voortdurende bezigheid. Als je niet bezig bent wordt je ongelukkig. Als je bezig bent zie je er voor anderen enigszins gelukkig uit.

Je bezigheid verbergt eenvoudig het feit dat je krankzinnig bent. Dat je in een illusie leeft, in een fictie.

Kijk om je heen! Als het moeilijk is om eerlijk naar jezelf te kijken, kijk dan naar de mensen. Iemand is bijv. Voortdurend bezig met geld. Wat doet hij werkelijk? Zijn denken richten op geld, opdat hij zichzelf kan ontgaan. Hij blijft aan geld denken, smorgens, savonds en Snachts, zelfs op bed denkt hij aan geld, aan de bank, en de balans. Wat doet hij met het geld? Als hij geld krijgt weet hij niet wat te doen. Zodra hij het geld krijgt denkt hij aan meer geld krijgen te denken. Maar geld is niet wat hij werkelijk wil. Anders zou hij tevreden zijn, maar men is nooit tevreden, het is nooit genoeg.

Zodra je geld krijgt, wil je onmiddellijk meer. Zodra je aandacht krijgt, wil je onmiddellijk meer, zodra je drugs krijgt wil je onmiddellijk meer, drank, geld, liefde, seks, drugs.... allemaal is het hetzelfde.

Het is de verslaving van de mens welke niet naar zichzelf durft te kijken. Het is de angst om alle fictie en illusie te doorzien. Het is de angst voor de leegte, voor de stilte, voor de waarheid, voor het niemand zijn.

Men wil koste wat kost, iets zijn. Wat dan ook, ook al is het een leugen.

Als er geen bezigheid is komt er van alles in je op; wat moet je nu doen? Als er niets te doen is ga je je vervelen en dus zoek te telkens weer naar het volgende.

Als er geen bezigheid is ga je van alles doen wat niet nodig is, en zo kun je je nooit op je gemak voelen, je zult altijd onrustig zijn en blijven dwalen. Leven na leven, dood na dood.

Vandaar dat alle meesters nadrukkelijk beweren, dat je, als je enkele uren kunt neerzitten ZONDER IETS TE DOEN,

spoedig tot verlichting zult komen.

Niet met je geest bezig zijn, is meditatie. Wel met de geest bezig zijn is wat iedere ziel in deze wereld doet.

Het doet er niet toe wat voor soort beroep je hebt, of je geïnteresseerd bent in geld, materie, mensen helpen, dieren helpen, politiek, sociaal werk, revolutie, psychologie, of wat dan ook. Het maakt niets uit. Het is allemaal hetzelfde!

De geestelijke toestand is dezelfde, je bent bezig en je vlucht voor jezelf.

Men heeft de maatschappij nodig, en de revolutie. Als er niets te doen valt, kan men onmogelijk bestaan, zal men het verstand verliezen. Men heeft het verstand door jou, jij houdt deze wereld van fictie in stand door maar door te gaan met de leugens, door maar net als iedereen buiten jezelf bezig te zijn, door maar telkens weer net als iedereen te vluchten voor jezelf.

Jij houdt deze wereld in stand.

Zielen die niet meer bezig zijn, zijn niet meer belangrijk in deze wereld, ze zijn overbodig, kijk naar de ouderen. Ze zijn niet meer nodig, ze hebben zich terug getrokken of worden weggestopt in een bejaarden tehuis of wanneer men jonger is in een gekkenhuis.

Niemand kijkt meer naar hen om, niemand is nog in hen geïnteresseerd.

De verwarring slaat toe bij hen die niet meer bezig zijn. Je voelt je nooit gelukkig met jezelf, hoe kan iemand anders zich dan gelukkig met je voelen? Als je zo’n vervelend iemand bent, dat je jezelf verveelt, hoe zullen anderen je dan kunnen verdragen? Hoe kun je jezelf verdragen als je alleen bent met jezelf?

Anderen verdragen je om andere redenen. Niet omdat je zo’n aardig iemand bent, neen! Ze verdragen je omdat je hen bezigheid verschaft.

Dit is een wederkerige misleiding. Men is middels een relatie (in welke vorm dan ook) overeengekomen elkaar te misleiden, het is slechts elkaar helpen aan bezigheid, meer niet.

Je kunt niet naar jezelf kijken, je kunt niet tot zelfrealisatie komen omdat dat een heel ver doel is. Je kunt niet omkeren en jezelf zien zoals je feitelijk, werkelijk bent.

En de reden is:

Een vals beeld, een valse identiteit, een vals idee dat je een heel belangrijk, gewichtig iemand bent. De hele wereld zal stilstaan als jij sterft, denk je.

Wat zal er met deze wereld gebeuren als jij er niet meer bent? Niets, helemaal niets.

Er zal slechts een onrustig iemand verdwenen zijn, dat is alles. En deze iemand wekte slechts onrust in andere onrustige geesten, meer niet.

Deze iemand bracht geen rust en vrede, deze iemand was net als alle anderen. Allen onrustig, allen verkerend in een fictie, in een leugen, een zinloos bestaan. Het zelf voor de gek houdend.

Veel mensen zijn ziek als bezigheid. In deze wereld is de helft van de ziekte een bezigheid. Als je bezig bent, hoef je jezelf niet onder ogen te komen.

De fictie wordt gesteund door de maatschappij, allerlei diagnoses, medicijnen. Er bestaan ficties waarbij de maatschappij, de massa je steunt en er zijn ficties waarbij niemand steun verleend.

Maar een fictie blijft een fictie, ook als deze gesteund wordt door de massa.

Als je jezelf bekijkt, voel je onmiddellijk dat je NIEMAND bent, onbelangrijk.

Maar dan valt de gehele aarde, de grond onder je voeten weg, je valt in een afgrond.

Beter niet kijken en blijven dromen.

Niet alleen kun je niet naar jezelf kijken, maar ook niet naar de ander. Want ook de ander stelt iets voor. Dus weef je ook ficties om de ander.

Door haat schep je de fictie dat de ander een duivel is.

Door liefde schep je de fictie dat de ander een Engel is of een God. Of wellicht schep je zelfs de fictie dat je zelf God bent.

Je weeft ook ficties om de ander, je kunt niet rechtstreeks kijken, je kunt er niet doorheen zien, je waarneming is niet direct.

Je leeft in een Maya, in een door jezelf geschapen illusie.

Wat je dus ook ziet, is overdreven.

Je overdrijft continue en leeft van sensatie naar sensatie in je bezigheid/bezigheden.

Iemand die je haat is een duivel, iemand die je liefhebt een God of engel. Als je iets slechts ziet, wordt het onmiddellijk het allerslechtste. Als het iets goeds ziet, wordt het onmogelijk het allerhoogste goed, zolang het duurt.

Waarom ben je zo overdreven in je waarnemingen? Waarom zie je niet duidelijk wat er is?

Omdat je bang bent voor duidelijk zien.

Je wilt er wolken omheen, drama, sensatie.

Je wilt jezelf niet kennen, je bent op de vlucht voor jezelf en verzint ieder moment weer deze wereld waarin je leeft.

Als je jezelf realiseert, heb je iemand anders erkenning, een certificaat, niet nodig. Ook al zegt de hele wereld dat je niets bereikt hebt, dat je niets verwerkelijkt hebt, dan maakt dat je niets meer uit. Het maakt geen verschil meer, je hebt geen anderen of een autoriteit meer nodig. Een instemming is niet nodig, je WEET.

Keer om, keer naar binnen. Dit is de enige weg.

Als een blinde ziende is geworden, heeft hij geen getuige nodig die zegt dat het zo is, hij kan zien.

En dat is voldoende.

Rani Savitri