Van Ego naar Hart II - Pamela Kribbe

Pamela channelt Jeshua: Groeien naar zelfacceptatie

 

 

We zullen nu verder gaan met fase 2 in de overgang van een egogecentreerd naar een hartgedragen bewustzijn. Voor het gemak sommen we de fasen nog even op:

 

1 onbevredigd zijn door de werkzaamheid van een louter egogebaseerd bewustzijn, verlangen naar ‘iets anders’: het begin van het einde

2 bewustwording van je bindingen met het egobewustzijn; herkennen en geleidelijk aan loslaten van de daarmee gepaard gaande energieën (emoties, gedachten): het midden van het einde

3 sterven ten opzichte van de oude egogebaseerde energieën, je cocon afwerpen, je nieuwe zelf worden: het einde van het einde

4 het ontwaken en opbloeien van een hartgedragen bewustzijn, gebaseerd op liefde en vrijheid; anderen helpen met de overgang




In de vorige paragraaf zijn we geëindigd op het moment dat het bewustzijn zich niet meer identificeert met het ego. Het maakt zich daarvan los en raakt daarmee in verwarring over zijn identiteit – wie ben ik, wat wil ik eigenlijk? Het bewustzijn is groter geworden dan het ego en het beziet de krachten die in het ego werkzaam zijn (macht, ambitie, angst) nu met enige afstand. Tegelijk is er verwarring omdat het ontbreekt aan een nieuwe oriëntatie. Er heerst een gevoel van desoriëntatie, een gebrek aan richting. Het is in die fase moeilijk om keuzes te maken.

Eigenlijk ben je nu een stap achteruit aan het zetten, een stap in de diepte: een stap naar binnen. Je bewustzijn dringt door tot een diepere laag van jezelf en daar kun je in aanraking komen met de herinnering aan je eigen goddelijke zelf, je werkelijke herkomst. Ten diepste ben jij een multidimensioneel wezen, dat de tijd overstijgt, dat wil zeggen een wezen dat in meerdere werkelijkheden tegelijk vertegenwoordigd is. Jouw huidige persoonlijkheid is van dit multidimensionele zelf slechts één aspect. Naarmate dat aspect op losse schroeven komt te staan doordat het twijfelt aan zijn identiteit, komt er een ruimte vrij waarin het weer contact kan maken met het grotere zelf waarvan het deel uitmaakt. Ook dit schept verwarring.

Het gedurende lange tijd opereren vanuit een egobewustzijn heeft innerlijke wonden gecreëerd. Het loslaten van dit bewustzijn gaat gepaard met verwarring, twijfel en desoriëntatie. Daarna wordt het belangrijk die wonden te gaan waarnemen, begrijpen en helen: dat is de volgende stap, de tweede fase in het bewustwordingsproces.

Vanuit het ego heb je geopereerd op basis van angst. Je bent meedogenloos geweest in het realiseren van je eigen begeertes. Je hebt daarin jezelf en anderen verloochend omdat je begeerte naar macht, controle en erkenning groter was dan de impulsen van liefde. Deze bewustzijnstoestand vormde een aanslag op je integriteit. Je natuurlijke aard is licht. De oneigenlijke manier van zijn die hoort bij het egogecentreerde bewustzijn, heeft sporen nagelaten in je ziel. Je bent vervreemd geraakt van jezelf. Je bent zo georiënteerd op de buitenwereld voor goedkeuring en bevestiging dat het vinden van een innerlijk anker van rust veel moeite kost. Dit is de innerlijke wond die je met je meedraagt.

Als je je losmaakt van de overheersing van het ego, wordt deze innerlijke wond steeds meer zichtbaar. Maar omdat je tegelijkertijd in twijfel en verwarring bent, is het niet meteen duidelijk wat je met die wond kunt aanvangen. Vaak veroordelen jullie deze wonden in jezelf, omdat ze leiden tot ‘verwerpelijk gedrag’: oncontroleerbare emoties, communicatie- (en relatie-) problemen, verslavingen, depressie, etcetera.

Deze zelfveroordeling is zeer kwetsend voor de ziel, die zich net naar het licht toe begint te openen. Ze laat een deel van haar machts- en controlebehoefte los, wordt gevoeliger, en raakt dan in de greep van negatieve zelfveroordelingen. Dit is een toestand waarin heel veel mensen gevangen zitten. Eigenlijk ben je dan gevangen tussen twee werelden, die van het ego en die van het hart. Je bent op zoek naar een meer liefdevolle werkelijkheid, maar de zweepslagen van het ego (de negatieve oordelen over jezelf) laten je nog niet los.

In deze fase kan er hulp van buitenaf nodig zijn, van iemand die dit proces zelf heeft beleefd en een bepaald niveau van innerlijke rust en zelfliefde heeft bereikt. Het belangrijkste in deze cruciale fase is dat je gaat begrijpen wat de herkomst is van je innerlijke verwonding en daarvoor begrip opbrengt.

Het egogecentreerde bewustzijn wordt geboren uit een behoefte aan zelfbescherming. Het vormt een antwoord op een onverklaarbaar gevoel van heimwee, een oerverlatenheid die we eerder besproken hebben. Tegen deze achtergrond heeft het ego een machtsgreep gepleegd. Het is een oneigenlijke functie gaan vervullen. Zijn natuurlijke functie is die van navigator in de fysieke wereld: het ego geeft het zielebewustzijn een zodanige focus dat het zich kan manifesteren in ruimte en tijd. Maar in plaats van het vervullen van deze natuurlijke navigatorfunctie, ging het ego het gevoelsleven van de ziel beheersen en dicteren. Het ego kreeg daarmee een vervormende invloed op de ziel. Het is deze vervorming die we aanduiden met de term ‘egogecentreerd bewustzijn’.

Als je in alle gedragingen van een egogecentreerd bewustzijn de kern van angst kunt herkennen, die er altijd aan ten grondslag ligt, ben je heel dicht bij een hartgedragen bewustzijn. Hoe verwerpelijk bepaald gedrag ook is, als je de angst, de verlatenheid, de behoefte aan zelfbescherming erin kunt herkennen, maak je contact met de ziel die achter dit gedrag schuil gaat. Zodra je de angst er doorheen ziet schemeren, kun je vergeven.

Dit geldt met name in relatie tot jezelf.

Neem eens iets in jezelf wat je steeds veroordeelt. Iets waaraan je je vaak stoort in jezelf. Een ‘slechte eigenschap’. Probeer eens door te dringen tot de kern van deze neiging of eigenschap: kun je de angst voelen die eraan ten grondslag ligt? Kun je begrijpen waarom je zo doet, of voelt, of denkt? Zodra je begrijpt dat de dieperliggende oorzaak van je ‘probleemgedrag’ angst is, kun je tolerantie en begrip voor jezelf opbrengen. Je kijkt dan op een niet veroordelende manier naar jezelf.

Zolang je op angst gebaseerd gedrag, zoals agressie, dominantie, onderdanigheid, ijdelheid of onzekerheid, ziet in termen van ‘slecht’, ‘zondig’ of ‘dom’, dan vel je een oordeel. Maar oordelen is zelf bij uitstek een op angst gebaseerde activiteit.

In het loslaten van een egogecentreerd bewustzijn, gaat het om de ontwikkeling van een neutraal bewustzijn, dat de oorzaken en effecten van egogebaseerd gedrag gewoon waarneemt als iets dat ís. Als je in alle gedragingen van het ego angst als oorzaak kunt waarnemen, dan wordt het ego werkelijk doorzichtig voor je en kun je het los gaan laten. Want angst is vergeefbaar.

Jullie kennen allemaal angst. Elk mens wordt ermee geconfronteerd en kent de duisternis en eenzaamheid van het gevangen zijn in angst. Als angst openlijk getoond wordt in het gezicht van een medemens, ontlokt dit aan vrijwel iedereen een spontane opwelling om te helpen, te verlichten, te verzachten. (Denk maar aan kinderen, die spontaan hun angst uiten).

Maar als angst zich indirect toont, achter een masker van hardheid en geweld, is het onvergeeflijk. Hoe harder en ongenaakbaarder het masker, hoe vernietigender het gedrag (tegen zichzelf of anderen). Hoe gewelddadiger en vernietigender het gedrag, hoe moeilijker het is de angst en verlatenheid waar te nemen, die eraan ten grondslag liggen.

Toch ben je daartoe in staat. Vanuit je eigen doorleefde kennis van angst en verlatenheid, kun je contact maken met de diepe angsten in de zielen van moordenaars, verkrachters, misdadigers. Het is voor jullie mogelijk te begrijpen waarom iemand zo handelt. En als je het werkelijk begrijpt, vanuit je eigen zelfkennis, kun je het loslaten. Het is dan niet meer nodig om er een oordeel over te vellen. Als je angst ziet als een kracht die er is en die je van binnenuit kent, dan kun je het beoordelen van jezelf of anderen in termen van goed en kwaad loslaten.

Angst is niet goed of slecht. Angst IS, en heeft een bepaalde rol te vervullen. Het is ook een wegwijzer naar huis; angst laat je zien waar je kunt groeien. Angst is in die zin een bron van evolutie, bewustzijnsverruiming. Daar waar God niet is, is er ruimte voor groei en ontwikkeling.

Dit is moeilijk te begrijpen voor mensen, die zich geconfronteerd zien met zoveel ellende en geweld op een ooit zo mooie planeet. Je kunt je niet voorstellen dat God dit gewild heeft, ook al zou dat groei en evolutie brengen. Eigenlijk kun je de bedoeling van dit hele proces alleen begrijpen op een gevoelsmatige manier, niet met het intellect. En je kunt het eigenlijk pas begrijpen vanuit een hartgedragen bewustzijn. Het ego is te zeer vervuld van woede, om open te staan voor diepere betekenissen, voor iets wat zij niet kent. Begrijpen doe je niet met het hoofd, maar met het hart.

In fase twee van de overgang van een egogecentreerd naar een hartgedragen bewustzijn is het herkennen en begrijpen van je angsten fundamenteel. In het willen begrijpen van jezelf zit een houding van tolerantie en acceptatie ten aanzien van jezelf. Dat is de eerste en belangrijkste stap naar het helen van je innerlijke verwondingen.


Meestal gaat aan deze zelfacceptatie een (langdurige) periode vooraf van zelfveroordeling en zelfvernietiging. Mensen maken zichzelf op allerlei manieren kapot omdat ze gevangen zitten in de gevarenzone tussen het ego en het hart. Aan de ene kant hebben ze wel een besef van de oneigenlijkheid van het ego en weten ze dat ze op zoek zijn naar ‘iets anders’, iets nieuws. Maar aan de andere kant kunnen ze hun eigen ruimere (spirituele) identiteit niet meer (of nog niet) voelen en raken dan verstrikt in zelftwijfel en zelfveroordeling.

Pas wanneer een mens bereid is zichzelf met begrip en oprechte belangstelling te onderzoeken, kan er liefde op zijn pad komen en komt er weer beweging in de ontwikkeling naar een hartgedragen bewustzijn. Pas dan kan die mens ook echt hulp ontvangen van een ander. Een mens die vervuld is van zelfveroordeling kan in wezen geen hulp van een ander ontvangen. De deuren naar zijn hart zijn dan nog dicht.

De kennismaking met liefde

Het moment waarop er in het bewustzijn van een mens een basisacceptatie is ten aanzien van zichzelf, is de eerste stap gezet naar een hartgedragen bewustzijn. In die eerste stap maak je kennis met een realiteit die op een heel ander principe gebaseerd is dan het egogecentreerde bewustzijn. Je doet je intrede in de werkelijkheid van liefde.

Liefde is het leidende principe van een hartgedragen bewustzijn. Liefde is wezenlijk één, is eenheidscheppend, terwijl het ego behoort tot een wereld van dualiteit, die gebaseerd is op afgescheidenheid, op verdeeldheid. Het ego werkt altijd met opposities.

Een vergissing die jullie vaak maken is dat jullie liefde tegenover haat plaatsen, of het goede tegenover het slechte. Maar in wezen is het belangrijke onderscheid niet daartussen, maar tussen een werkelijkheid die gebaseerd is op dualiteit en een werkelijkheid die gebaseerd is op eenheid.

Liefde in je hart wil zeggen dat je diep in jezelf ervaart dat je één bent met al het andere. Omdat je dan geen onderscheid meer maakt tussen het ik en de ander, kun je jezelf vergeven net zoals je een ander vergeeft.

Als je dat kunt, dan heb je werkelijk een houding van respect en acceptatie voor jezelf. Je moet je realiseren dat zo’n houding heel erg ver weg staat van jullie dagelijkse realiteit. Jullie zijn gewend om jezelf steeds te veroordelen en te bekritiseren in het licht van bepaalde normen, die je zelf heb bedacht of van een ander hebt overgenomen. In ieder geval is er steeds een meetlat waarlangs je jezelf legt en het oordeel valt meestal negatief uit. Dit alles heeft dus niets met liefde te maken, ook al zijn je meetlatten gebaseerd op allerlei idealen en hoogstaande normen, bijvoorbeeld geloofsidealen of politieke idealen. Die idealen en normen hebben dus helemaal niets met liefde te maken.

Liefde houdt zich niet bezig met wat zou moeten – maar met wat is. Liefde is altijd liefdevol ten aanzien van dat wat is. Ze geeft zich aan dat wat is. En daarom is liefde van nature helend, ze is heilzaam. Liefde vraagt niet waarom: waarom je zus of zo bent, of het anders had gekund of wat er hád moeten gebeuren. Liefde vraagt niets en ontfermt zich eenvoudig over al het levende, alles wat pijn heeft, alles wat vreugde ervaart, het is liefde gelijk. Liefde is God. Op het niveau van liefde kun je alleen eenheid zien, er is één bewustzijn. Dit bewustzijn doortrekt jullie wereld als een onderstroom; het is bijvoorbeeld voelbaar aanwezig in de natuur, als een zachte hand.

Je kunt deze stroom voelen in jezelf door alles los te laten, door al je oordelen, al je verwachtingen, al je verlangens, al je ideeën over hoe het moet, over wat fout en goed is, los te laten. Want de hand van liefde, die in alles merkbaar kan zijn, houdt zich niet bezig met denkbeelden of idealen. Je zou liefde een mystieke stroom kunnen noemen omdat ze niet vatbaar is voor intellectuele begrippenkaders. Ook als je emoties hoog oplopen, is het moeilijk om de stem van liefde te horen. Daarmee is dus niet gezegd dat emoties of denken fout zijn. Je maakt zelf de keuze of je geleefd wilt worden door je denken en je emoties en de dualiteit die dat alles omvat, òf dat je afgestemd wilt zijn op die stille maar toch duidelijk stroom in alle dingen. Het is een stroom die één maakt, die alles versmelt: oordelen, vijandschappen, oorlogen. Het is een stroom van vrede.

Het is een individuele keuze, een individueel pad dat je gaat in verhouding tot die stroom van liefde. Er kan ook absoluut geen sprake zijn van een verwijt van de kant van liefde als je niet voor haar kiest. Liefde kent geen oordeel; het maakt geen deel uit van haar vocabulaire. Of je nu met de stroom meegaat of ertegenin, liefde is er onvoorwaardelijk voor jou.

Liefde is een werkelijkheid waarvan jullie af en toe een glimp opvangen. Een werkelijkheid waarmee je geleidelijk aan kennis maakt in je proces van bewustwording. Je krijgt steeds meer inzicht in je eigen angsten en oordelen en door deze te gaan begrijpen, kun je ze langzaam loslaten. Zo maak je geleidelijk aan de overgang naar een meer vertrouwend en open bewustzijn.

De eerste stap ligt zoals gezegd in het stellen van een daad van liefde ten aanzien van jezelf. Dit is het begin van zelfacceptatie. Het houdt in dat je je open stelt voor je eigen ziel en jezelf met welwillendheid en oprechte interesse verdiept in jezelf en alle bagage die je op je lange reis hebt verzameld.

Na de eerste fase van twijfel en verscheurdheid, volgt er nu een fase van inkeer en groei naar meer zelfkennis. Dit is fase twee: het midden van het einde. In deze fase groeit de bewustwording van je bindingen met het egobewustzijn. Ze staat in het teken van het herkennen en geleidelijk aan loslaten van de daarmee gepaard gaande energieën (emoties, gedachten).

Je krijgt in deze fase meer contact met jezelf. Je gaat al je bagage uit het verleden bekijken; je gaat pijnlijke stukken opnieuw beleven en begrijpen, en je gaat in je bagage sorteren en scheiden: wat hoort wel bij jou en wat niet. De bagage uit je huidige leven, en de vele vorige levens die je geleid hebt, heeft je huidige identiteit gevormd. Je bent in deze éénentwintigste eeuw aanbeland met talloze draden of tijdlijnen in je rug, die je naar dit heden hebben gevoerd.

Het verleden dat je meedraagt kun je zien als een koffer vol kleren. Je hebt in het verleden allerlei rollen gespeeld, allerlei identiteiten aangepast, zoals kledingstukken. In sommige levens heb je zo sterk in je rol geloofd dat je die als je identiteit bent gaan beschouwen. In andere levens was het misschien niet zo duidelijk, was je meer zoekend. Maar nu zit je dan met die koffer vol kledingstukken op je schoot, met al die rolpatronen in je maag. Als je echt gaat onderzoeken wat die rollen precies met jou te maken hebben, dan kom je tot de conclusie dat jij ze niet bent. Je bent ze niet.

Je hebt gebruik gemaakt van deze rollen, vanuit de behoefte aan ervaring die in je ziel leefde. De ziel schept vreugde in álle ervaringen die zij opdoet, omdat zij onderdeel uitmaken van een leerproces waarvoor zij heeft getekend. Alle ervaringen helpen haar verder in dit proces.

Als je je verdiept in je eigen rollen en identiteiten, merk je dat je in het verleden pijnlijke, ja zelfs traumatische ervaringen hebt opgedaan, die nog zo aan je vastkleven, dat je ze schijnbaar niet kunt loslaten. Het is alsof ze een tweede huid zijn geworden. Een huid, niet een kledingstuk. En dat zijn de zware stukken. Je hebt je met deze stukken zo vereenzelvigd, dat je bent gaan denken dat jij ze bént. Je voelt je dan slachtoffer. En vanuit die gedachte kom je tot negatieve conclusies over het leven, terwijl die niet kloppen voor het leven zelf, maar alleen voor de getraumatiseerde stukken in jezelf.

Pas als je je verhoudt tot je verleden en tot je eigen identiteit als een acteur tot zijn rollen, dan ben je vrij om te gaan en te staan waar je wilt. Dan kun je ook de toegang vinden tot een hartgedragen bewustzijn. Je houdt dan niet meer vast aan één specifiek aspect van wat je geweest bent, goed of slecht, dader of slachtoffer, zwart of wit, man of vrouw, arm of rijk, etcetera. Als je met al die aspecten kunt spelen zoals een jongleur met zijn ballen, dan heb je het doel begrepen van de aardse ervaring. Dat gaat gepaard met een grote vreugde en een gevoel van thuiskomst. Omdat je dan weer in aanraking komt met het bewustzijn dat onder al die rollen zit. Je komt weer uit bij je eigen goddelijke bewustzijn, bij het besef van de eenheid van alle dingen, kortom: bij liefde.

We willen besluiten met een tweetal eenvoudige oefeningen die je helpen contact te maken met de onderstroom van liefde en bewustzijn in jezelf.

Oefeningen



Neem een moment om jezelf te ontspannen, je bewust te worden van je eigen lichaam en je adem rustig en zacht door je heen te laten gaan.

Stel jezelf dan eens de volgende vragen en laat de antwoorden vanzelf omhoog borrelen.

1) Welke eigenschappen in jou veroorzaken de grootste problemen in je leven? Benoem voor jezelf twee of drie karaktereigenschappen die jij beschouwt als heel erg bij jou horend, en die jou belemmeren om tot een vervuld en gelukkig leven te komen.

………………………………………

Nu ga je met je gedachten naar de tegenovergestelde eigenschappen. Dus als je ‘ongeduld’, of ‘afhankelijkheid’, of ‘wantrouwen’ had gekozen, dan formuleer je nu de tegendelen daarvan: geduld, onafhankelijkheid en vertrouwen. >

………………………………………

Ga nu in jezelf op zoek naar deze positieve eigenschappen en zoek drie voorbeelden uit je leven waarin je die eigenschappen aan de dag hebt gelegd. Herken die positieve energieën in jezelf. Ze zijn aanwezig in jou.

………………………………………

Nu je in contact bent met die eigenschappen, laat de energieën ervan helemaal in je stromen (misschien zie je er een beeld bij, een symbool of een kleur). Voel hoe deze energieën je goed doen, je helpen de balans in jezelf te herstellen.

2) Ontspan jezelf en ga eens naar een moment in je leven waarop je heel gelukkig was. Neem het eerste wat er in je opkomt.

………………………………………

Ga daarna naar een moment waarop je je bijzonder ongelukkig voelde.

……………………………………… >

Probeer nu eens het gemeenschappelijke in beide ervaringen te voelen. Wat is er hetzelfde in beide ervaringen?

………………………………………

Wat er hetzelfde is, ben JIJ: jouw bewustzijn. Kun je dat voelen?

In beide oefeningen kun je kennismaken met de onderstroom van je eigen bewustzijn, dat alle ervaringen die je doormaakt draagt en dat er steeds is. Dit is je goddelijke bewustzijn, je ziel, of hoe je het ook wil noemen. Dit is je toegang tot God, tot liefde.

Liefde is niet iets dat in de dualiteit woont, in de wisselende rollen die je speelt. Het leeft daar wel als een onderstroom, het houdt de dingen op een bepaalde manier bijeen. Maar liefde zit nooit in polariteiten. Daarom is het van belang je eigen identiteit te relativeren, je rollen los te laten, zodat je terug kunt komen bij je eigen punt van eenheid, je eigen pure zijn.

© Pamela Kribbe 

www.pamela-kribbe.nl



Deze channeling is afkomstig uit het boek 'Gesprekken met Jeshua' van Pamela Kribbe. Voor meer informatie over dit boek of om te bestellen, klik op het plaatje: